Taalontwikkeling bij kinderen met CI

Voorplaat van het proefschrift

Op donderdag 16 maart 2017 verdedigt Brigitte de Hoog aan de Radboud Universiteit haar proefschrift ‘Spoken language development in children with cochlear implants’.

Studie naar gesproken taal van kinderen met een CI
In de afgelopen jaren heeft de Hoog studie verricht naar de gesproken taal van kinderen met een CI. Het goede nieuws is dat alle kinderen een goede taalontwikkeling doormaken, ze gaan voorruit. Toch is er ook veel variatie binnen de groep kinderen gevonden. De Hoog is op zoek gegaan naar auditieve en geheugenfactoren die deze variatie in lexicale en morfosyntactische taalvaardigheden zouden kunnen verklaren. Ook heeft ze onderzocht of die factoren leiden tot verschillende profielen en in hoeverre die vergelijkbaar zijn met kinderen met matige tot ernstige slechthorendheid en kinderen met SLI (taalontwikkelingsstoornis).

Verstoorde waarneming van auditieve input
De resultaten van haar studie tonen aan dat kwalitatief goede spraakperceptie van belang is voor het ontwikkelen van lexicale en morfosyntactische taalvaardigheden. Deze lexicale taalvaardigheden hebben weer een belangrijke invloed op de morfosyntactische taalvaardigheden. De vergelijking tussen kinderen met CI en de twee andere groepen leverde op dat veruit de meeste kinderen met CI een linguïstisch profiel hebben vergelijkbaar met slechthorende kinderen. Dit geeft weer aan dat de problemen voornamelijk te relateren zijn aan de verstoorde waarneming van auditieve input. Toch is een flinke subgroep (bijna een kwart) meer vergelijkbaar met kinderen met een SLI, waarbij niet alleen de verstoorde waarneming van auditieve input, maar ook een verminderde verwerking van taal en problemen met het fonologisch werkgeheugen tot de geconstateerde problemen leidt.

Conclusie
Op grond van de bevindingen concludeert de Hoog dat het wenselijk is om interventies te richten op het verbeteren van spraakherkenning en spraakdecodeerstrategieën. Zij beveelt logopedisten in zorg en onderwijs ook aan om niet alleen auditieve en taaltraining aan te bieden aan kinderen met een CI, maar om ook voldoende aandacht te besteden aan het fonologisch geheugen.

Bron: VHZ 2017-1

Deel dit bericht via : Share on FacebookTweet about this on Twitter